Vertering van het paard

   

Als er over de voeding voor paarden gesproken wordt gaat het in de meeste gevallen om de juiste brok, muesli of granenmengeling en de samenstelling van de krachtvoeders of de optimale verhouding tussen meerdere van deze producten. Terwijl er nauwelijks wordt stilgestaan bij de invloed van het ruwvoer.

Het belang van het juiste ruwvoer wordt door de meeste mensen onderschat. Het grootste deel van het rantsoen behoort te bestaan uit ruwvoer, zoals gras, hooi, luzerne of kuil. De fysiologie van een paard is ingesteld om de hele dag hapjes ruwvoer te eten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voldoende ruwvoer is van essentieel belang voor een goede spijsvertering. De optimale verhouding tussen ruwvoer en krachtvoer is minimaal 60% van het rantsoen afkomstig uit ruwvoer.
Een paard dat getraind wordt, krijgt in de meeste gevallen geen 'hooibuik'. Voer daarom altijd genoeg ruwvoer.

natuurlijke situatie

in de natuur houdt een paard zich 14 - 16 uur per dag bezig met grazen en bewegen. Het maagdarmkanaal is ingesteld om de hele dag kleine hoeveelheden vezelrijke voeding te verwerken.

 

moderne situatie

in de moderne manier van paarden houden is een paard slechts 6 - 8 uur bezig met eten. Probeer een zo natuurlijk mogelijke situatie voor uw paard te creëren door constante beschikking te geven over ruwvoer.

 

 

 

MOND

Een goed gebit is het begin van een goede spijsvertering. In de mond wordt door het kauwen het voedsel verkleind en de speekselproductie gestimuleerd.

voersoort kauwtijd speekselvorming
1 kg ruwvoer 40 min. 3,5 liter speeksel
1 kg krachtvoer 10 min. 1 liter speeksel

Speeksel zorgt ervoor, dat het voedsel gemakkelijk door de slokdarm glijdt en goed mengt met maagsappen.

 

SLOKDARM

Als het voedsel doorgeslikt is gaat het via de slokdarm naar de maag. Normaal gesproken gaat dit probleemloos, maar bij paarden die te gulzig eten of onvoldoende kauwen, kan een verstopping ontstaan. Gulzige eters kunnen geremd worden door ruwvoer door het krachtvoer te mengen , hierdoor zullen zij beter op de voer kauwen.

 

MAAG

De maag van het paard is erg klein met een inhoud van ongeveer 10 - 15 liter. Een goede vermenging van maagsappen verbeterd de vertering in de dunne darm. Als de voedselbrij nat is en dus meer speeksel bevat, vermengt het beter en sneller met de maagsappen. Behalve het soort voedermiddel is uiteraard ook de hoeveelheid belangrijk voor de mate van vermenging met maagsappen. Geef een volwassen paard daarom niet meer dan 2 kg krachtvoer per maaltijd en zorg ervoor dat minimaal 60% van de energiebehoefte van het paard uit ruwvoer komt en zoveel mogelijk verdeeld over de dag wordt aan geboden.

 

DUNNE DARM

De dunne darm van een paard is ca. 20 meter lang. De samenstelling van het voedermiddel bepaalt waar het in maagdarmkanaal wordt verteerd. De vertering van bijvoorbeeld krachtvoer, granen en wortelen gebeurd voornamelijk in de dunne darm, door darm bewegingen vermengd de voedselmassa zich met vloeistoffen van de darm. Vezels in de voeding beïnvloeden de mate van darmbewegingen en daarom de vertering.

 

BLINDE EN DIKKE DARM

De blinde darm van een paard is erg groot en vult de hele rechterzijde van de buik. De blinde darm is een zakvormig orgaan, waar het voedsel enige tijd verblijft, daarna stroomt het door naar de dikke darm, die ook aanzienlijk van formaat is. In de dikke darm kunnen paarden vezels uit hooi en gras door middel van miljoenen nuttige bacteriën de voedseldelen afbreken (fermentatie). Daarna stroomt het voedsel door naar de endeldarm en verdwijnt in de vorm van mest. Bij een goede vertering produceert het paard afgeronde gladde mestballen zonder lange resten ruwvoer.